ĎMigrantení kunnen op basis van het tijdstip en het motief voor de migratie opgedeeld worden in twee subcategorieŽn. De eerste groep zijn de Ďoude migrantení, vooral afkomstig uit het Middellandse Zeegebied. Deze Turken, Marokkanen en ook Zuid-Europeanen zijn in de jaren zestig en zeventig hierheen gehaald om het tekort aan arbeidskrachten op te vullen. De Ďnieuwe migrantení daarentegen hebben zich hier meer recent gevestigd om de economische crisis in hun geboorteland te ontvluchten of te ontkomen aan politieke en religieuze vervolging.

Als we migratie in de tijd bekijken, kunnen we drie migratiegolven onderscheiden. De eerste golf is de arbeidsmigratie. Dit betekent dat West-Europese regeringen gastarbeiders aantrokken om de schaarste op hun arbeidsmarkt op te vullen. Het gevolg was dat er overeenkomsten gesloten werden met vreemde landen zoals Turkije, Portugal, Spanje en Marokko. Deze migratiegolf kunnen we situeren in de jaren 60. In de jaren 70 ontstond er een economische crisis in West- Europa. Daardoor voerde onze regering een migratiestop in.
Op dat moment was de tweede migratiegolf, de familiehereniging, al volop in ontwikkeling. Het was logisch dat de families van de arbeidsmigranten zich hier definitief bij de migrant/kostwinner wilden vestigen.
De laatste en meeste recente golf is de postindustriŽle migratie die ook nu nog volop bezig is. Deze migranten komen werkelijk uit alle hoeken van de wereld. Men onderscheidt drie types postindustriŽle migranten: hooggeschoolde kaders, asielzoekers en illegale immigranten.

De categorie hooggeschoolde kaders komen voor de aantrekkelijke werkaanbiedingen.
De asielzoekers en de mensen zonder papieren ontvluchten de politieke en economische noodsituaties in het thuisland. Vooral de landen ServiŽ en Rusland springen in het oog op het vlak van kandidaat-asielzoekers. Door de oorlog in TsjetsjeniŽ en met de groeiende ďmigratie-industrieĒ in Moskou komen heel veel Russen naar BelgiŽ. Velen onder hen hebben het ondanks de langzame heropbloei van de Russische economie nog steeds heel moeilijk. En sinds de val van het communisme zijn persoonlijk bezit en materiŽle welvaart een belangrijke drijfveer geworden.
Ook sinds de volkerenmoord in Rwanda van 1994 hebben duizenden Rwandese vluchtelingen in BelgiŽ politiek asiel aangevraagd. Nu er meer hoop op stabiliteit bestaat, beginnen de vluchtelingenstromen uit Rwanda echter wat te minderen.
Dat crisissituaties vaak de motoren zijn achter de asielaanvragen, blijkt ook uit de stroom asielzoekers uit Afganistan, Iran en Irak. Deze landen zijn crisisgebieden en leven bijna constant in oorlog waardoor zij hun land ontvluchten richting BelgiŽ. Maar naast het deel van de asielaanvragen dat varieert volgens de conflicthaarden in de wereld, is er een constante factor in herkomst van de asielzoekers terug te vinden. Het grootste deel van de asielzoekers is afkomstig uit Oost-Europa. AlbaniŽ, Bulgarije, BosniŽ, RoemeniŽ, Rusland, Slovakije, ServiŽ en OekraÔne behoren reeds enkele jaren tot de bedenkelijke top-twintig van nationaliteitslanden van asielzoekers. Op veel van deze asielzoekers rust van staatswege echter de verdenking economisch vluchteling te zijn. Weinigen worden dan ook als asielzoeker erkend.