Apartheidsregime in Zuid-Afrika

Zuid-Afrika voor het apartheidsregime

Zuid-Afrika werd in 1652 door de Nederlanders bereikt in het zuidelijkste puntje, Kaap de Goede Hoop. Hier troffen zij de oorspronkelijke bewoners (Khoihoi) aan, die zij de Hottentotten noemden. Jan van Riebeeck, leider van de Nederlandse expeditie, had de opdracht gekregen om een kleine handelspost te vestigen, groentetuinen aan te leggen en handel te drijven met de bewoners. Deze handelspost werd geleidelijk aan groter. De kolonisten namen steeds meer gebieden van de Khoihoi in. Bij de verdediging sneuvelden vele Khoihoi. De Khoihoi werden ook ziek, omdat ze niet immuun waren voor de ziekten die ‘de Blanken’ meebrachten. Later, in de loop van de 19e eeuw, werd het zuiden van Afrika een kolonie van de Engelsen. Ook zij hadden grote conflicten met de oorspronkelijke bewoners. Het Engels werd de taal voor de handel, maar ook voor de rechtspraak, de overheid en het onderwijs. Er was nog weinig ruimte voor ‘de zwarten’.

Zuid-Afrika tijdens het apartheidsregime

Apartheid was het sociale en politieke systeem van rassenscheiding dat tussen 1948 en 1990 in Zuid-Afrika van kracht was maar dat feitelijk al jaren gevoerd werd. Het woord Apartheid werd voor het eerst gebruikt door de Nasionale Party, bij de verkiezingen van 1948. Deze partij had openlijk gesympathiseerd met Nazi-Duitsland. De gelijkenissen tussen het Apartheidsregime en het fascisme zijn dan ook treffend. In Nazi-Duitsland waanden de Ariërs zich boven de Joden. Net zoals de zwarten in Zuid-Afrika hebben de Joden ook een grote tol moeten betalen. De gebruikte verkiezingsleuzen toen waren dan ook “Die Kaffer op sy plek en Die Koelies uit die land” (met Koelies werden Indiërs bedoeld). Volgens de Nasionale Party moest “Die wit man altyd baas wees” en dat noemden zij ‘baasskap’. Toen in 1948 de Nationale Partij aan de macht kwam, werden veel regels voor rassenscheiding ingevoerd, ten nadele van kleurlingen.


Enkele apartheidswetten:

Met de groepsgebiedenwet werd het zwarten onmogelijk gemaakt op een normale manier te werken. Je had namelijk een speciale pas nodig (ingesteld met ‘de Paswetten’) om van A naar B te reizen, als dat over een gebied ging dat niet tot jouw ras hoorde. Met de pas moest je aantonen dat je daar toestemming voor had. Uiteraard gold dat in de praktijk alleen voor zwarten die door een wit gebied moesten reizen. Als je werk had, stond dit ook in je pas, en de werkgever (alleen blanken konden werkgevers zijn) kon in je pas ook een evaluatie van je werk geven

De Wet op de bevordering van Bantoe zelfregering was gericht op het creëren van de acht zogenaamde 'thuislande'. Afrikanen konden toch nooit integreren in de witte samenleving, daarom was het beter dat iedere bevolkingsgroep zijn eigen plek had en een eigen nationale gemeenschap. Het gevolg was dat zwarten, ook niet als ze al sinds hun geboorte in een 'Blanke Gebied' woonden, geen officieel Afrikaans staatsburgerschap meer konden krijgen. Zonder staatsburgerschap konden ze geen deel meer uitmaken van de regering en verloren ze andere rechten. Door deze wet kreeg 70% van de bevolking 13% van het totale land toegewezen...

Op termijn werden de thuislanden zelfs ‘onafhankelijk’: Transkei in 1970, Bophutatswana in 1977, Venda in 1979 en Ciskei in 1981. Alleen KwaZulu, onder leiding van Buthelezi, weigerde de onafhankelijkheid.

De thuislandenpolitiek heeft onnoemelijk veel menselijk leed veroorzaakt. Tussen 1960 en 1983 werden zo'n 3,5 miljoen zwarten letterlijk gedeporteerd van hun woonplaats naar het thuisland dat de regering voor hen had voorzien. Dat impliceerde meestal een leven in armoede zonder vooruitzichten. Bovendien werden talloze gezinnen uit mekaar gerukt: wie in een blank gebied werkte kon immers zijn of haar gezin niet meenemen - tenzij die ook een pasje hadden. Dikwijls werkten alleen de mannen in de stad waar ze in armzalige logementshuizen verbleven, terwijl hun vrouwen in het thuisland achterbleven; of het waren de vrouwen die als huisbedienden in de stad gingen werken en hun kinderen in het verre thuisland moesten achterlaten. De impact van de thuislandenpolitiek op de zwarte gezinnen werd op een indrukwekkende manier beschreven in de roman van Elsa Joubert "Die swerfjare van Poppie Nongena". Het verhaal is overigens gebaseerd op het echte levensverhaal van een huisbediende van de auteur en toen het boek in 1978 verscheen, stond het hele land in rep en roer. Men kan gerust stellen dat, wanneer de concentratiekampen tot nu toe diepe wonden hebben nagelaten bij de blanke bevolking, de paswetten en de thuislandenpolitiek hetzelfde effect hebben gehad op de zwarte bevolking.

Een belangrijk keerpunt in het verzet tegen de apartheid kwam er in 1976, met de scholierenopstand van Soweto, de reusachtige zwarte voorstad van Johannesburg. De directe aanleiding was de maatregel dat ook in zwarte scholen het onderwijs enkel nog in het Afrikaans zou mogen gebeuren, terwijl tot dan toe het Engels als onderwijstaal gebruikt werd . Dat verminderde opnieuw de slaagkansen van de zwarte kinderen die al langer beseften dat zij met hun minderwaardige ‘Bantoe-onderwijs’ weinig kansen hadden. Ondanks de apartheidsretoriek van ‘gescheiden, maar gelijkwaardig’ werd voor het onderwijs aan blanke kinderen immers 15 keer meer geld uitgegeven dan voor het onderwijs aan zwarte kinderen, die wel 80% van de schoolbevolking uitmaakten.

De taalmaatregel werd dus de druppel die de emmer deed overlopen: op 16 juni 1976 kwamen scholieren in Soweto massaal de straat op. De politie begon te schieten. Zo'n 100 kinderen bleven dood achter. De scholierenopstand breidde zich uit naar andere steden en tegen het einde van 1976 telde men al 661 doden en meer dan 2.000 gewonden. Het feit dat de politie bleef schieten op groepen schoolkinderen heeft vooral de internationale opinie sterk beïnvloed. De foto van het eerste slachtoffer van Soweto, de jonge Hector Peterson, die weggedragen wordt, verscheen overal ter wereld in de pers en maakte dat de jongen uitgroeide tot een nationaal symbool. Na de democratisering van het land werd 16 juni overigens uitgeroepen tot ‘Jeugddag’, een nationale feestdag voor heel Zuid-Afrika.

Het is duidelijk: Het apartheidsregime beperkte zwarten in hun bewegingsvrijheid, vernederde hen dagelijks en bood hen alleen maar tweederangs onderwijs omdat ‘ze toch maar handenarbeid moesten doen’.

Overtredingen op de apartheidswetten werden zwaar bestraft, meestal door gevangenisstraffen, vb op Robbeneiland. Zwarten (en zelfs blanken) protesteerden hevig tegen de apartheid. Het ANC (Afrikaans Nationaal Congres) was de grootste politieke organisatie van zwarten waarmee zij druk konden uitoefenen op de toenmalige regering. De protesten en opstanden die het ANC organiseerde, werden hardhandig onderdrukt door veiligheidsgroepen. Dit leidde tot een internationale verontwaardiging in 1960. Een opstand in Sharpville tegen het apartheidsregime liep zwaar uit de hand, met onschuldige doden tot gevolg. Hiervan getuigt onderstaand krantenartikel.

Op 21 maart 1960 demonstreren in Sharpeville (Zuid-Afrika) enkele duizenden mensen tegen het gehate apartheidsregime. Hoewel de zwarte betogers ongewapend zijn opent de politie het vuur.Het gevolg is een vreselijk bloedbad: 69 betogers worden doodgeschoten, onder wie 10 kinderen en 8 vrouwen; 180 betogers raken gewond. De week daarop breken in heel Zuid-Afrika protest- en stakingsacties uit. Op 30 maart 1960 kondigt de blanke minderheidsregering de noodtoestand af. Meer dan 18.000 mensen worden opgepakt. Onder meer het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), de zwarte protestbeweging onder leiding van Nelson Mandela, wordt verboden.De wereld reageert geschokt. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties veroordeelt op 1 april 1960 het apartheidsregime. Toch zal het nog tot 1990 duren vooraleer de apartheid – een systeem van geïnstitutionaliseerde rassenscheiding en discriminatie die in 1948 werd ingevoerd – weer wordt afgeschaft. Pas in 1994 worden voor het erst vrije verkiezingen gehouden, volgens het principe “one man one vote”.

Ook blanken engageerden zich in de strijd tegen apartheid. Zo werd in 1954 een Federation of South African Women (FSAW) opgericht die blanke en niet-blanke vrouwen van Johannesburg verenigde in de strijd tegen de pasjeswetten. Een merkwaardige beweging was die van de in 1955 opgerichte Women's Defence of the Constitution League of Black Sash, zo genoemd naar het feit dat blanke liberale vrouwen een zwarte sjerp (sash) droegen uit protest tegen de onrechtvaardige wetten.

Direct na de tragedie in Sharpeville werden het ANC en andere zwarte politieke organisaties officieel verboden. Nelson Mandela werd in 1962 opgepakt en verbannen naar het Robbeneiland.

Op 31 mei ontstond de Republiek van Zuid-Afrika. Om de apartheid minder racistisch te doen lijken werden, onder leiding van de nieuwe president Hendrik Verwoerd, 3,5 miljoen zwarten met geweld uit hun huizen verdreven naar speciaal daarvoor ingerichte thuislanden. Zo leefden zwarten en blanken volledig gescheiden. Vier van deze thuislanden, Bophuthatswana, Ciskei, Transkei en Venda, werden door Zuid-Afrika zelf als onafhankelijke staten beschouwd, maar door geen enkel ander land erkend. Deze thuislanden zorgden voor een vals imago van Zuid-Afrika. In België dacht men namelijk dat apartheid een systeem was dat door beide bevolkingsgroepen geaccepteerd werd. De berichtgeving over opstanden zoals in Sharpeville doorprikte deze illusie. Stilaan oefende de VS en het VK meer internationale druk op de toenmalige regering (van Botha). Ze moedigden onderhandelingen met de zwarte meerderheid aan. We kunnen ook spreken van een boycot. Zo was er de uitsluiting van de Zuid-Afrikaanse ploeg uit de Olympische Spelen en vaardigden de Verenigde Naties zware sancties uit tegen het land. Begin 1989 werd Botha opgevolgd door president F.W. de Klerk. De Klerk speelde een belangrijke rol in de afschaffing van het apartheidsregime. In zijn openingstoespraak tot het parlement in 1990 kondigde hij de afschaffing van de discriminatiewetten aan. Op 11 februari 1990 werd Nelson Mandela vrijgelaten, een gebeurtenis die over de gehele wereld rechtstreeks op televisie te volgen was. Op 18 november 1993 keurden 21 politieke partijen een nieuwe nationale grondwet goed. Met de hierop volgende democratische verkiezingen, van 26 tot 29 april 1994 was een meerderheidsregering een feit. Als nieuwe president werd Nelson Mandela gekozen, later opgevolgd door Thabo Mbeki.

Zuid-Afrika na het apartheidsregime

Alhoewel Apartheid officieel ten einde is gekomen, hebben blanken en zwarten nog steeds gemengde gevoelens ten opzichte van elkaar. Het percentage van gemengde huwelijken in Zuid-Afrika is bijvoorbeeld nog steeds erg laag.
Na de afschaffing van het apartheidsregime verdween Zuid-Afrika uit het nieuws maar zakte het ook weg in een economisch en sociaal moeras. Het prachtige land is nu in de greep van werkloosheid, een aids-epidemie van gigantische omvang en een torenhoge tsunami van criminaliteit. Moord, doodslag en verkrachtingen zijn er schering en inslag. Wie kan, pakt zijn biezen. Natuurlijk is dit geen pleidooi voor, of heimwee naar de Apartheid, het zijn de bittere feiten. Zowel de overheid als het Westen, die de machtswissel zo uitbundig hadden toegejuicht, kijken machteloos toe. De toekomst ziet men dan ook somber in. Men verwijt de huidige ANC-regering dat hun beleid gebouwd is op de slachtoffercultus. De idee dat de zwarten eeuwig recht hebben op compensatie voor de apartheid. Of Wraak. Dat laatste zou wel eens noodlottige gevolgen kunnen hebben.

Alleen moeten in het nieuwe Zuid-Afrika volkeren leren samenleven die mekaar enkel als tegenstanders of verdrukkers hebben gekend. Het verleden kan niet ongedaan worden gemaakt. De Afrikaners zijn nog lang niet vergeten hoe hun voorouders hebben geleden in de concentratiekampen van de Britten, de zwarten en kleurlingen zijn niet vergeten hoe zij van hun grond werden verdreven en hoe hen beetje bij beetje al hun rechten én hun menselijke waardigheid werden ontnomen. En iedereen, zowel blank als zwart als kleurling, moet leren omgaan met dat gruwelijk stuk verleden dat Apartheid heette.

Apartheid in België?

Het Vlaams Belang is altijd voorstander geweest van het Apartheidsregime in Zuid-Afrika, en tal van leden van het Vlaams Blok waren actief in broederbanden met de Zuid-Afrikaanse blanken. Het Vlaams Belang heeft de steun aan het Zuid-Afrikaans apartheidsregime geschrapt uit haar basisbeginselen, omdat het achterhaald is nu het apartheidsregime al meer dan tien jaar opgeheven is. Maar enkele maanden geleden nog maakte het Vlaams Belang zich op haar website vrolijk over Zuid-Afrika in de bewoordingen: "Ook in Zuid-Afrika is de multiculturele droom uitgedraaid op een nachtmerrie. De ANC-regering is aardig op weg om van het meest welvarende land van Afrika een economisch kerkhof te maken. Aids is er de doodsoorzaak nummer 1, gevolgd door moord en doodslag. Verkrachtingen zijn er schering en inslag. Maar voor het overige is Zuid-Afrika een multicultureel paradijs."